Deltaplan tegen discriminatie

discriminatie.nl

Waarom is een deltaplan voor discriminatie hard nodig?

De antidiscriminatievoorzieningen in Nederland roepen de Tweede Kamer en de regering op om een Deltaplan tegen Discriminatie op te stellen. Hier leggen we kort uit waarom we deze oproep hebben gedaan en wat we ermee willen bereiken.

Discriminatie en racisme komen ook in Nederland voor. Afgelopen jaar hebben we schokkende voorbeelden daarvan gezien. Denk aan racistische voorvallen op voetbalvelden; de Belastingdienst die burgers met een migratieachtergrond extra controleert en de bezorgdheid die klinkt uit de Black Lives Matter-protesten. Dat zijn alleen nog de grote voorbeelden die in het nieuws komen. Elke dag krijgen talloze Nederlanders te maken met discriminatie; uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat ruim een kwart van de Nederlanders discriminatie ervaart.
Om discriminatie te bestrijden is het onvoldoende om hier en daar 'een dijk op te hogen'. Er moet een groot plan komen waarmee we zorgen dat eenieder op gelijkwaardige wijze kan deelnemen aan de samenleving. Daarom hebben de antidiscriminatievoorzieningen bij de overheid gepleit voor een Deltaplan tegen Discriminatie.

Vijf punten die niet in dit plan mogen ontbreken.

1. Regelmatig verschijnen er rapporten en publicaties over voorkomende discriminatie. Aard en omvang, specificaties naar gronden en terreinen, cijfers en individuele ervaringen: het wordt onderzocht en beschreven. Deze onderzoeken worden vaak op verzoek van de overheid uitgevoerd. Altijd bevatten ze ook aanbevelingen en adviezen.
Uiteraard zijn al die onderzoeken van belang en geven ze inzicht. Bijvoorbeeld in hoe heftig discriminatie ervaringen kunnen ingrijpen in de levens van mensen, hoe kwetsend het kan zijn, hoe moeilijk volledige participatie is. Maar het is nu tijd om de gegeven adviezen op te volgen en om aanbevelingen ter harte te nemen en daar invulling aan te geven. Die zijn immers op cijfers en ervaringen gebaseerd. De in onderzoeken opgenomen adviezen en aanbevelingen zijn de basis voor het Deltaplan: het kan dus snel gaan.

2. De overheid heeft beleid om discriminatie te voorkomen en te bestrijden. In artikel 1 van de Grondwet staat dat discriminatie verboden is op verschillende gronden, op welke grond dan ook. Ook staat in artikel 1 dat iedereen die zich in Nederland bevindt, gelijk behandeld moet worden. De praktijk is echter anders; er is niet alleen alledaagse discriminatie, die je op straat, op je werk, rondom je huis of op school tegenkomt, maar er is ook institutionele discriminatie. Instanties die bijvoorbeeld mensen van kleur altijd anders behandelen. De voorbeelden die in het deltaplan genoemd worden gebeuren echt. Aangetoond is dat de Belastingdienst de ene groep anders behandelt dan de andere groep, terwijl daar geen enkele reden voor is. Aangetoond is dat de politie etnisch profileert en daarmee dus de ene groep met een andere blik bekijkt dan de andere groep. Dat gaat niet per ongeluk, dat is beleid waarover nagedacht is.
Hoe kan een overheid burgers en organisaties aanspreken als het zelf geen onberispelijke staat van dienst heeft?
Voor huiselijk geweld bestaat een meldcode; voor discriminatie zou die er ook moeten zijn. En als je een meldcode gebruikt, zou dat niet tégen je gebruikt moeten worden. Je bent dan niet iemand die de vuile was buiten hangt, nee, je stelt een misstand aan de kaak. Als iedereen aan de bel kan trekken in het geval van gesignaleerde discriminatie, is het een gedeelde verantwoordelijkheid en voelen slachtoffers zich gesteund en gesterkt.
Sterker nog: voor sommige sectoren zou er een meldplicht moeten komen. Ambtenaren die bijvoorbeeld werken in het onderwijs of bij huisvesting en daar discriminatie signaleren, zouden verplicht moeten worden dat te melden. Doe je dat niet en laat je het gaan waardoor het voortduurt, dan kun je een sanctie tegemoet zien.
Een meldcode dan wel -plicht zal er veel eerder voor zorgen dat (veel)voorkomende discriminatie in een bepaalde sector inzichtelijk wordt dan wanneer een aantal individuen de eigen ervaring meldt.

3. 'Discriminatie is strafbaar, dus als je aangifte doet, is het opgelost'. Die gedachte is onjuist. Zelfs politie en Openbaar Ministerie vinden het strafrecht in de meeste gevallen niet de beste weg om discriminatie aan te pakken, laat staan te voorkómen. Met preventie is er veel meer te bereiken: door de dialoog aan te gaan, een veilige omgeving op het werk of op school te creëren, zorgen voor bewustwording.
De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen moet verruimd worden om gemeentes middelen en ruimte te bieden om antidiscriminatiebeleid te ontwikkelen met voorlichting en preventie als speerpunten. Voorkomen is beter dan genezen, ook op lokaal niveau.
Gemeentes, die vaak handelingsverlegen zijn, kunnen hierbij een beroep doen op hun antidiscriminatievoorzieningen.

4. Algemene voorzieningen moeten voor iedereen op dezelfde manier toegankelijk zijn. Voorzieningen zijn niet algemeen, als niet iedereen ervan kan profiteren. Regels of voorwaarden kunnen oneerlijk zijn of oneerlijk uitpakken en daarvan moet de overheid zich bewust zijn. Blijf alert en toets regels regelmatig. Vraag jezelf af of je echt, zowel direct als indirect, voor iedereen toegankelijk bent, of de kansen voor iedereen even groot zijn, zodat echt iedereen daarvan kan profiteren.

5. Onderwijs: er wordt ook nu weer, met de antiracisme protesten en Black Lives Matter beweging, veel geroepen dat het onderwijs een belangrijke rol heeft om kennis en inzicht te geven in de geschiedenis. Zo belangrijk, omdat de geschiedenis nog steeds veel invloed heeft op hedendaagse kwesties en problemen.
Maar wat vinden we dan belangrijk, wat willen we kinderen op school leren? Slavernijverleden, kolonialisme, vervolging van joden en van Roma en Sinti in WOII. Deze onderwerpen geven inzicht in wat er nu speelt aan discriminatie en racisme.
Aangezien we een leerplicht hebben, is het onderwijs op scholen de makkelijkste manier om grote groepen te bereiken en ze mee te geven wat we belangrijk vinden.

Tot slot
Artikel 1 van de Grondwet is er voor iedereen, het beschermt ieders belangen, ieders mensenrecht om gelijk behandeld te worden. Laten we solidair zijn met mensen die zich gediscrimineerd voelen en die de bescherming van artikel 1 nodig hebben, ook al doen ze om een andere reden dan jij zou doen, daar een beroep op.

Het initiatief voor het Deltaplan tegen discriminatie wordt gesteund door:
ADB Zeeland, RADAR vóór gelijke behandeling tegen discriminatie, Stichting voor Inclusie en Discriminatiebestrijding, ADV Limburg, Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland. Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, Bureau Discriminatiezaken Kennemerland, Art.1 Noord­Holland Noord, Bureau Gelijke Behandeling Flevoland, Tûmba, Discriminatie Meldpunt Groningen, Meldpunt Discriminatie Deventer, Art.1 Noord­Oost Gelderland, Vizier gericht op discriminatie & diversiteit, Art.1 Midden Nederland, Meldpunt Discriminatie Gooi en Vechtstreek, Meldpunt Discriminatie Drenthe.