Iedereen heeft vooroordelen en soms leiden deze vooroordelen tot discrimatie. Hoe dit werkt? lees verder
Wij oordelen allemaal wel eens over mensen of groepen, waar we zelf niet bij horen. Terwijl we ze helemaal niet kennen. En toch denken we dat die mening waar is. We weten het bijna zeker. Meningen over mensen, waarin je blijft geloven terwijl je kunt bewijzen dat ze niet waar zijn noemen we: vooroordelen. Meestal gaan vooroordelen niet over één persoon, maar over groepen mensen.
Vrouwen kunnen niet autorijden, zegt Piet. Dat heeft hij zelf een keer meegemaakt. Door een domme fout van de buurvrouw heeft hij een flinke deuk in zijn auto gekregen.
Surinamers en Marokkanen zijn te lui om te werken, zegt de moeder van Kim en dat zegt ze niet alleen over Surinamers en Marokkanen, maar over alle mensen die in niet in Nederland zijn geboren. Dat heeft ze zelf iemand op de TV eens horen zeggen. Maar als Kim tegen haar moeder zegt dat haar meester in Turkije is geboren en heel hard werkt wil haar moeder daar niets over horen.
Oude mensen zijn zielig en zeuren altijd zo, zegt Dylan als zijn oude buurvrouw over geluid klaagt. Jongelui zijn lastig, zegt de buurvrouw van Dylan, want ze maken altijd lawaai.
Tessa heeft bijvoorbeeld een keer een klap gekregen van een Turkse jongen en daarom denkt ze dat alle Turkse jongens graag vechten. Deze nare ervaring is voor haar voldoende om een vooroordeel over (alle) Turkse jongens te hebben. En zoals je al gelezen hebt heeft de moeder van Kim in een programma op TV iemand horen zeggen dat Surinamers en Marokkanen te lui zijn om te werken.
Elke dag, van jongs af aan, horen en zien we meningen en oordelen van anderen. Op TV en in films, op internet maar ook op straat en in de supermarkt, overal kom je ze tegen. Oordelen waar je, doordat je ze vaker hoort, in kunt gaan geloven.
Vooroordelen kunnen voor mensen heel vervelend zijn. Vooral als ze gebruikt worden om iemand oneerlijk te behandelen. Als iemand of een groep mensen ongelijk wordt behandeld om redenen die er niet toe doen dan is dat discriminatie. Bij discriminatie worden mensen achtergesteld of benadeeld omdat er vooroordelen over hen bestaan. Ze krijgen niet dezelfde rechten als anderen, of worden anders behandeld omdat ze tot een andere groep behoren.
Het lidmaatschap van vriendengroepen helpt jongeren met het ontwikkelen van een eigen identiteit. Je weet pas wie je zelf bent als je jezelf kunt vergelijken met anderen. De eerste theorie over sociale vergelijkingen is die van Festinger (1954). Hij stelt dat ieder mens de drijfveer heeft om zijn meningen en mogelijkheden te evalueren. Dit doet hij door deze te vergelijken met die van anderen. Ieder mens streeft naar een positief zelfbeeld. Dat zelfbeeld bestaat zowel uit een persoonlijke als uit een sociale identiteit.
De sociale identiteit wordt verkregen door het lidmaatschap van sociale groepen. Een jongere is bijvoorbeeld een Westkappelaar, een skater, of een modepop. Om te zorgen voor een positief zelfbeeld, zal de jongere bij het vergelijken van de eigen groep met andere groepen de eigen groep positiever bezien dan de andere groepen. Dit wordt in-group bias genoemd. Vooral bij jongeren is dit heel duidelijk te merken, omdat zij nog volop bezig zijn met het ontwikkelen van een identiteit (De Bil & Roskam, 2008).
Het zichzelf en anderen indelen in groepen geeft dus duidelijkheid en draagt bij tot het ontwikkelen van een identiteit. Dit indelen in groepen heet categoriseren. Als mensen zichzelf categoriseren, zullen ze de overeenkomsten met de eigen groep en de verschillen met andere groepen benadrukken. Zo ontstaan stereotyperingen van de eigen groep en de andere groepen (Turner, 1987).
Het categoriseren kan dus leiden tot stereotyperingen. Een stereotype is een sterk versimpeld beeld van andere (groepen) mensen en is vaak gebaseerd op slechts één of een paar eigenschappen. Een stereotype kan leiden tot een vooroordeel, en deze kan weer leiden tot discriminatie.
Een vooroordeel is een voorafgaand oordeel, in het bijzonder een voorbarig of haastig oordeel. Het gaat meestal om negatieve vooroordelen, maar er zijn ook positieve vooroordelen (Aronson, 2007). Het feit dat vooroordelen automatisch geactiveerd worden, is belangrijk. Verschillende maatschappelijke factoren dragen bij om vooroordelen en discriminatie te voeden. Je kunt hier denken aan de manier waarop sommige groepen mensen in de media worden neergezet. De meeste mensen zijn het er over eens dat vooroordelen ten aanzien van vrouwen, mensen met een niet blanke huidskleur of mensen met een seksuele voorkeur voor hetzelfde geslacht verkeerd zijn. Toch zijn deze vooroordelen sterk verankerd in mensen en spelen ze wel degelijk nog steeds een rol (Berreby, 2005).